zaterdag 16 augustus 2008

Squeezing post play drills

Postplay, als je de juiste spelers hebt, een zéér belangrijk onderdeel in je team. Vaak zie je echter dat grote, lange jeugdspelers de motoriek en de sxplosiviteit missen om onder de borden genoeg agressie te hebben om de bal tem koste van alles af te maken. Probeer dan ook offensieve "agression drills" toe te passen, waarbij jou postspelers een overmaat aan verdediging (liefst iets té fel) moeten verwerken, en daarbij óók nog de bal moeten afmaken....

Squeezing drills:
Je "5" speler moet in staat zijn om agressief te spelen onder de borden. laat ze dan ook vaak tegen twee verdedigers spelen, die ook (té) agressief verdedigen. Als je het helemaal goed doet, pak je twee grote "kussen-achtige" voorwerpen, waarmee je de postspeler het leven zuur maakt:

Backboard squeeze drill:

1 2

Diagram 1: X2 gooit de bal tegen het backboard (O1 niet kijken, goed voor reactie vermogen). O1 pakt de rebound;
Diagram 2: Zodra de bal los is, gaan X1 en X2 Z.S.M. naar O1 toe om hem op welke manier dan ook het scoren te beletten.

Probeer een juiste balans te vinden in hoe "hard" deze oefeningen er aan toe gaan. Meestal bij oudere (jeugd)teams hebben ze het redelijke inschattingsvermogen tot hoever ze kunnen gaan. Bij jongere teams moet je zeer voorzichtig zijn met dit soort oefeningen en is het zeer belangrijk dat je de oefening goed begeleidt, of juist zelf de "storende" zijn.

Probeer ook afwisseling in je drills te krijgen, bijvoorbeeld:

Lob squeeze drill:

1 2

Idem als vorige drill, alleen hier sealt de postspeler zijn verdediger en ontvangt de lobpass.

NB: probeer écht de nadruk op de agressie te leggen. Al hangen er 5 verdedigers aan je arm, die bal móet en zal er in gaan. Denk wel ten alle tijde aan de veiligheid die bij deze drill niet altijd gewaarborgd is.

Veel succes!

zondag 10 augustus 2008

Seizoenvoorbereiding



De voorbereiding van het seizoen levert voor vele (jeugd)trainers vraagtekens op. Hoe moet deze voorbereiding ingedeeld worden? Hoe train ik de conditie van mijn spelers na hun welverdiende vakantie? Vaak zie je dan ook dat trainers fanatiek aan de slag gaan, hun spelers in de eerste week volledig uitputten, met als gevolg dat spelers geblesseerd raken of juist niet fit aan de competitie beginnen. Ook worden er regelmatig "buitentrainingen" georganiseerd, waarbij er alleen op aerobe uithoudingsvermogen (duurlopen) wordt getraind. Ik zal hieronder wat uitgangspunten geven van hoe mijn ideale seizoensvoorbereiding eruit ziet voor een ouder jeugdteam (U18 / U20) of seniorenteams.


(klik om te vergroten)

In de tabel zie je hoe de seizoensopbouw er globaal uitziet. Week 7 geeft aan dat hier de competitie begint. Als je de percentages bij elkaar optelt kom je cumulatief hoger uit dan 100%, dit komt doordat je techniek /tactiek oefeningen goed kan combineren met conditioning drills.

Daarnaast hebben we (met betrekking tot conditie) nog het verschil tussen aeroob en anaeroob uithoudingsvermogen. Aeroob (inspanning m.b.v. zuurstof) trainen en anaeroob (zonder zuurstof) trainen is beide van groot belang. Maar nog belangrijker, is de juiste afwisseling brengen. Gebruik daarvoor de volgende basisprincipes:
- Begin met aerobe trainingsprincipes, dit houdt in dat de intensiteit lager ligt, maar de duur is langer. Dit verlaagt het risisco op overbelasting aan het begin van het seizoen;
- In de tabel is te zien dat hoe dichter je bij de aanvang van de competitie komt, de hoeveelheid conditietraining verminderd wordt. Probeer dan wel de intensiteit van de conditioning drills te verhogen en steeds meer anaerobe oefenvormen aan te bieden.
- Probeer in de trainingen een opbouw te creeren in de arbeid-rust verhouding, per niveau is dit verschillend, maar een algemene basisregel is om in het begin deze verhouding op 1:3 te houden en richting de 1e wedstrijd een verhouding van 1:2 of 1;1,5 te creëren.
- Probeer oefenwedstrijden in te bouwen. Houdt ook hier rekening met opbouw. Ga daarom niet meteen tegen een mede-kampioenskandidaat of een team uit een klasse hoger, maar probeer een lager spelend team uit te nodigen, of het tweede team uit de vereniging. Eerst zorgen dat automatismen die je in het tactisch gedeelte hebt getraind worden geoefend. De laatste oefenwedstrijd in je voorbereiding kan altijd nog tegen een gelijkwaardige of misschien wel betere) tegenstander.

Rust:
Misschien nog belangrijker dan je inspanning is de rust. Zorg dat spelers zich voldoende herstellen na een training. Na een inspanning zal het lichaam zijn rust hard nodig hebben om te herstellen. Het lichaam doet zo hard zijn best om te herstellen dat hij zich tevens alvast harder gaat wapenen tegen nóg zo'n inspanning. Met als gevolg dat het lichaam een bepaald gedeelte van de herstelperiode een hogere inspanning aankan dan de tijdens voorgaande trainingsprikkel. Dit noemen we de "supercompensatie". Zie de onderstaande grafiek:
Als je nou de op exact het juiste tijdstip een volgende inspanning vraagt van je lichaam, dan krijg je het volgende principe te zien in conditie-ontwikkeling:
Doe je dit nu juist te vroeg, dan is (nog afgezien van een verhoogd risico op blessures) het volgende conditieverloop zeer waarschijnlijk:

zaterdag 9 augustus 2008

Dribble Drive Motion Offense

Memphis wist er dit jaar de finale van het befaamde March Madness toernooi mee te bereiken: De Boston Celtics werden mede dankzij deze principes dit jaar NBA Champions. Zelfs het hoogst genoteerde HS team van de States (St. Anthony, Jersey City) werkt met deze aanval. Constant wordt de verdediging belaagd met penetraties, door sterke 1-1 spelers. Daarnaast blijft de dreiging voor het outside-schot, waardoor de verdediging constant in beweging blijft, en gaten ontstaan.

Coach Vance Walberg (Pepperdine University) werkte voorheen al met het principe “Key or Three”, en bedacht daarom zijn AASAA aanval (Attack, Attack, Skip, Attack, Attack), en mag zich daarom misschien wel de architect noemen van deze aanval. Coach John Calipari verfijnde deze principes tot wat later de Dribble Drive Motion Offense werd genoemd. En of nu analisten en liefhebbers ineens overal “Dribble Drive” aanvallen gaan zien die er niet zijn (wat her en der wel op het net regelmatig gebeurd omdat het ineens zo’n populair woordje wordt), of dat deze principes écht worden toegepast, de beelden die ik van bv. Memphis heb gezien, vind ik prachtig. Een team vol met echte atletische spelers, die stuk voor stuk een ijzersterke 1-1/drive hebben, waardoor hun aanval voor de neutrale kijker erg aantrekkelijk wordt.

De "Dribble Drive Motion Offense".
De Dribble Drive Motion Offense ben ik de afgelopen maanden veel tegen gekomen op beelden van NCAA en natuurlijk NBA. En wat mij voornamelijk opviel is de energie, en het athletisme wat het uitstraalt. Veel dynamiek & beweging in de aanval. Een aanvallend spelbeeld wat (helaas, in mijn optiek) door tegenstanders middels een Zone, een Box-1, of een Triangle-2 het kenmerkende aan de dribble drive offense (gedeeltelijk) goed bestreden kan worden.

Ik zal in de onderstaande diagrammen enkele principes uiteenzetten van deze aanval. Uiteraard zal elke coach zijn eigen plays of varianten bedenken, echter is het voor jullie wellicht interessant om onderstaande plays eens te bekijken, en je eigen invulling / variant te maken.

Principe (entry: drive rechts)

1 2 3


Diagr. 1:
We beginnen met een 4-out, 1-in startopstelling, waar O2 ver in de hoek staat (ruimte creëren voor de drive) en O4 ook niet te dicht op O1. Op het moment dat O1 zijn drive inzet, gaat O5 naar de weakside-block.
Diagr. 2: Op het moment dat O1 de bucket bereikt, krijgt ie waarschijnlijk help van X5 of X2. Hij kan nu kiezen voor de "dump-pass" naar O5, of de "kick-out" naar O2. O2 kan kiezen om in de hoek te blijven voor het open schot, of om hoog te komen voor de volgende drive. (driven vanaf de baseline heeft niet de voorkeur i.v.m. gevaar op traps).
Diagr. 3: O2 komt na zijn drive weer in de bucket, kan voor zijn score gaan (mét of zonder P) of kan weer kiezen voor de dump naar O5 die curlt naar de andere block, of de kick-out naar O4 of O3.

Mogelijke Entry’s:

1: Clear out:

Na de pass van O3 (na de fastbreak optie) snijdt O3 naar de weakside, en openen O2 en O4 het veld aan de weakside. O1 heeft nu een open veld voor zijn 1-1, met de mogelijke dump naar O5. Daarnaast de mogelijkheid tot de kick-out naar een van de perimeterposities. Als deze optie niks oplevert, loopt O1 door naar de oorspronkelijke positie van O3.

2: Dribble links:

1 2 3

Diagr. 1: O1 penetreert de bucket in, kick-out naar inlopende 02;
Diagr. 2: O2 zet dribble in, kick-out naar inlopende o3;
Diagr. 3: O3 zet dribble in, kijkt voor de dump naar O5 of de kick naar perimeter. Evt. kan deze play doorgaan met de kick naar O4 welke ook weer zijn drive inzet.

NB: Hier wordt al duidelijk een weave-patroon zichtbaar in deze aanval, met veel penetratie, gevolgd door de pass voor de volgende drive.

3: Dribble rechts
Deze entry is bovenstaand al beschreven bij de principe omschrijving van deze aanval.

4: Wing snijdt in / screent voor driver:
1 2

Diagr. 1: O2 snijdt in (curl cut) of screent voor O1, gevolgd door pop-out. O5 snijdt naar andere block. O1 zet drive in en kijkt voor de dump naar O5, en de kick naar O4.
Diagr. 2: O4 heeft de keuze voor een backdoor en een simpele score, of een beweging hoog naar de wingpositie, voor de 3-punter.

Overige kenmerken:
1:
Anders dan in andere motion offenses is tevens dat er weinig gebruik gemaakt wordt van screens. Het veld wordt zo groot mogelijk gemaakt, en als er al screens worden gezet is dat meestal op de aanvaller met bal.
2: De postplayer is meestal een echte afmaker, opposten gebeurd wel, maar dit heeft niet de prioriteit. Afhankelijk van de spelers in je team, kan je hier mee variëren. Maar zoals in bovenstaande diagrammen al te zien is, zorgt de postspeler in deze plays voor de ruimte en moet ie een bal echt af kunnen maken als zijn verdediger helpside geeft. Ontzettend belangrijk zijn hierbij zijn looplijnen, hij moet exact weten wanneer hij voor ruimte moet zorgen en direct weer aanspeelbaar moet zijn voor de lay-in.
3: Zeker met de nodige afwisseling van goede schoteigenschappen in je team, zal een tegenpartij zich 3x in de rondte moeten lopen om je af te stoppen.

Tot Slot:
Het principe van coach Walberg was niet voor niks "Key or Three". Óf je gaat voor de score inside, óf je kickt naar één van de perimeter spelers voor de 3-punter. Als je naar Memphis kijkt zijn deze 2 regels wat uitgebreider, de dump naar de postplayer, maar ook jumpers van binnen de 3-punt lijn komen regelmatig voor. Boston gebruikt elementen van deze dribble drive, maar bij Boston zit uiteraard zoveel individuele kwaliteiten op welk gebied dan ook, dat meerdere plays bij bepaalde situaties / tegenstanders gespeeld kunnen worden.
Uiteraard zijn er ook nadelen in deze aanval. De dribble blijft natuurlijk toch een risicovolle onderneming. Het moge dan ook duidelijk zijn dat je zonder ijzersterke 1-1 spelers aangevuld met goede schutters dit aanvalssysteem direct uit je hoofd kan zetten als coach. Als je goede 1-1 verdedigers tegen je krijgt, kan je inpakken en wegwezen. Bij een deadball situatie wordt het risico op een turnover door een onder druk gegeven pass te groot, en als de pass al aankomt is het risico op een verdedigd of geforceerd schot. Daarom: Kijk eerst naar welk team je hebt en beoordeel dan pas of het spel überhaupt bij je past. Het verdedigend evenwicht blijft ook een zéér kwetsbaar onderdeel. Zoals je op de diagrammen kan zien blijft er van het backcourt weinig meer over op bepaalde momenten van deze aanval.

Om jullie een beeld te geven van deze aanval, heb ik nog wat leuke beelden bijgevoegd, van Memphis en Boston. Vooral het filmpje van Memphis laat duidelijk de hierbovengenoemde kenmerken zien (backoor cuts, weavepatronen, 1-1 acties, kick-out en dumppasses, etc. etc.)

Ik zou zeggen, geniet ervan!

Memphis Tigers:


Boston Celtics: